De term ‘split airco installeren’ lijkt op het eerste gezicht een eenvoudige doe-het-zelfklus, maar schijn bedriegt. Voor een professionele, storingsvrije én wettelijk conforme installatie van een split airco komen er flink wat regels, normen en technische stappen kijken waar je als installatiemonteur niet omheen kunt. De F-gassenverordening (EU 517/2014) en STEK/F-gassen certificering zijn verplicht zodra je met systemen aan de slag gaat die R32 of R410A als koudemiddel gebruiken. Zonder geldig F-gassencertificaat riskeer je stevige boetes, en ben je bovendien aansprakelijk bij fouten of lekkages. Ook logboekplicht, lekdetectie en correcte administratie horen erbij.
DIY-advies faalt hier compleet: waar hobbyisten vaak essentiële stappen overslaan, werkt een professional altijd normconform. Dat begint bij de juiste werkvolgorde, tools en veiligheidsprocedures, maar zeker ook bij het naleven van de meest gevraagde certificaten in de installatietechniek.
Voorbereiding en dimensionering: leiding, vulling en gereedschap
Goede voorbereiding voorkomt ellende. Check altijd de maximale leidinglengte en hoogteverschil volgens de fabrikant: te lange leidingen (>7,5-10m) of te veel hoogteverschil (>5m) vragen vaak om bijvullen en extra ontluchten. Voorgevulde split-units zijn populair, maar let op de regels: bij splits met fabrieksvulling mag je alleen aansluiten zonder koudemiddelhandelingen zónder F-gassencertificaat, mits je geen leidingen verlengt of bijvult. Altijd werken met het juiste gereedschap: vacuümpomp met micronmeter (geen droge klok), digitale manifold, stikstofset met reduceerventiel, momentsleutels, flaretool, pijpsnijder en reamer. Vergeet trillingsdempers, leidingisolatie (Armaflex, minimaal 9mm dikte bij R32/R410A) en lekdetectiespray niet. Met de juiste voorbereiding voorkom je veelgemaakte fouten en onnodige storingen.
Plaatsing buitendeel: geluid, trillingen en vergunningen
Het buitendeel verdient meer aandacht dan vaak gedacht. Geluidseisen zijn streng: maximaal 40 dB(A) op de erfgrens volgens de Omgevingswet, maar gemeenten kunnen strengere eisen stellen. Gebruik altijd trillingsdempers en een degelijke beugel of dakopstelling. Zet het buitendeel nooit direct tegen de erfgrens, let op voldoende ruimte voor luchttoevoer/-afvoer, en houd rekening met buren. Monteer flexibele koppelingen om resonantie te voorkomen en check of een omkasting vereist is. Let op: sommige gemeenten eisen een vergunning bij zichtbare plaatsing of hoge geluidsdruk. Bij vorstgevaar altijd vorstbeveiliging toepassen en zorgen voor vrije condensafvoer.
Plaatsing binnenunit: montage, leidingroute en condensafvoer
De binnenunit monteer je waterpas op een stevige montageplaat. Bepaal de leidingroute zo kort en recht mogelijk, met ruime bochten om knikken te voorkomen. Leidingen altijd isoleren (minimaal 9mm, bij voorkeur Armaflex) om condens- en rendementsverlies te voorkomen. Voor de condensaansluiting geldt: minimaal 1% verval over de hele lengte, en voorkom stijgende stukken. Kan dat niet, gebruik dan een betrouwbare condenspomp (met alarmcontact). Altijd een sifon plaatsen bij aansluiting op het riool. Test de afvoer door ruim water in de lekbak te gieten vóór oplevering.
Koelleidingen maken: snijden, reamen, flaren en contaminatie voorkomen
Snijd leidingen haaks af met een pijpsnijder, ream zorgvuldig om braamvorming en koperspanen te voorkomen. Flaren doe je met een goedgekeurde flaretool; gebruik altijd de momentsleutel om het juiste koppel te halen. Richtwaarden (altijd fabrikant leidend): 1/4″ 14–18 N·m, 3/8″ 33–42 N·m, 1/2″ 49–61 N·m, 5/8″ 68–82 N·m.
Smeer de flare licht met koelolie. Voorkom contaminatie door alle verbindingen direct te monteren en stofdoppen pas op het laatste moment te verwijderen. Controleer visueel op beschadigingen en sluit de flarekoppelingen met de momentsleutel, handvast is niet genoeg.
Stikstof afpersen: druk, stabiliteit en veiligheid bij R32
Voordat je gaat vacumeren, eerst de lektest. Blaas het leidingwerk schoon met droge stikstof (minimaal 2 bar) en pers daarna af met de druk volgens fabrikant (vaak 35–43 bar, bij R32 nooit boven 45 bar vanwege A2L-classificatie). Gebruik een digitale manometer en laat de druk minimaal 30 minuten staan (stabiliteitstest). Controleer met lekdetectiespray alle koppelingen. Let op: R32 is licht brandbaar (A2L), dus nooit open vuur gebruiken. Voer een decay-test uit: zakt de druk in 30 minuten, dan opnieuw controleren op microlekkage.
Vacumeren en hold-test: 500 micron als richtwaarde
Na geslaagde afpersing vacumeer je het systeem tot minimaal 500 micron. Gebruik altijd een micronmeter (géén analoge drukmeter) en laat de vacuümpomp minimaal 20 minuten draaien, afhankelijk van leidinglengte en vochtbelasting. Sluit daarna de pomp af en monitor de houdwaarde: een stabiel vacuüm gedurende 10 minuten wijst op lekdichtheid én voldoende vochtverwijdering. Zakt het vacuüm, dan is er óf een lek óf nog vocht aanwezig. Herhaal eventueel de procedure. Let op: vocht in het systeem leidt tot ijsvorming en storingen.
Elektrische aansluiting volgens NEN 1010: veilig en selectief
Voor split airco’s is een dedicated eindgroep (liefst 16A) verplicht. Kabeldoorsnede 3×2,5 mm² is gangbaar, maar stem af op fabrikant en lengte. Gebruik een aardlekautomaat type A, 30mA (geen type AC), en kies karakteristiek B of C afhankelijk van de inrush (aanloopstroom) van de inverter. Vermijd verlengsnoeren of losse stekkers: vaste aansluiting heeft de voorkeur, tenzij de fabrikant expliciet een geaard stopcontact toestaat. Interconnectbekabeling tussen binnen- en buitendeel altijd conform schema, bij voorkeur met adernummering. Raadpleeg bij twijfel de praktijkgids NEN 1010 voor installatiemonteurs.
Inbedrijfstelling en oplevering: checks, administratie en klantinstructie
Controleer voor oplevering:
- Visuele inspectie: alle koppelingen droog, isolatie volledig, leidingen goed ondersteund
- Druk en temperatuur: plausibele superheat/subcool-waarden
- Functionele test: binnenunit alle standen laten draaien, EEV-respons controleren
- Condensafvoer: test met water (geen lekkage, goede doorstroming)
- Administratie: vul het F-gassen logboek in (datum, type koudemiddel, hoeveelheid, testresultaten), registreer de lekcontrole en instrueer de klant over bediening en onderhoud
Checklist oplevering:
- [ ] Lekkagevrij getest (stikstof/hold/vacuüm)
- [ ] Alle koppelingen met momentsleutel vast
- [ ] Condensafvoer waterdicht getest
- [ ] Elektrische aansluiting NEN 1010-conform
- [ ] F-gassen administratie/logboek ingevuld
Veelgemaakte fouten en snelle troubleshooting
Zelfs ervaren monteurs maken soms fouten.Laag vacuüm (boven 800 micron) wijst op lekkage of vocht; herhaal dan de vacuümprocedure. Micro-leaks vind je vaak bij slecht geflarede koppelingen of vervuilde leidinguiteinden. Geluid/trillingen ontstaan meestal door onjuiste bevestiging van het buitendeel, ontbrekende trillingsdempers of te korte leidingbochten. Condensproblemen duiden vaak op onvoldoende verval of een ontbrekende sifon. Slaat de automaat eruit? Check inrush van de inverter en of de groep en aardlek selectief genoeg zijn. Snel storingen oplossen? Raadpleeg de foutcode, meet druk en temperatuur, en controleer visueel op condens- of koelmiddelverlies. Meer weten over praktijkstoringen? Zie warmtepomp foutcodes: praktische storingsdiagnose.
Conclusie:
Een split airco installeren is méér dan een setje ophangen en aansluiten. Normconform werken volgens F-gassen, NEN 1010 en fabrikantinstructies is essentieel voor veiligheid, rendement en wettelijke compliance. Met de juiste voorbereiding, gereedschappen, procedures en controles voorkom je problemen en lever je kwaliteit waar je als installatiemonteur trots op kunt zijn. Wil je verder groeien in het vak? Bekijk dan onze gids voor certificaten in de installatietechniek voor het volgende niveau.











